TAMARA DE LEMPICKA met Les deux amies

 

Toen Tamara de Lempicka bijna 25 jaar was, had ze haar motto gevonden: “Wonderen bestaan niet, alleen wat je zelf maakt bestaat”. Het gegoede Poolse meisje was vastbesloten zich nooit te vervelen en de beste manier om dit te bewerkstelligen was aantrekkelijk te zijn. In de jaren twintig was er niemand die dit beter kon belichamen dan De Lempicka, die misschien de eerste vrouwlijke kunstenaar was met glamourallure, zoals ook te zien is op haar schilderij Zelfportret (Tamara in een Groene Bugatti) uit 1925, dat tot op de dag van vandaag schoolboeken en ansichtkaarten siert. “Stijl is het voornaamste middel om jezelf te veranderen te worden wat je zou willen.” De Lempicka 'veel te jonge bruid, emigrante, jonge moeder – verdiende een fortuin met haar stilistisch gladde schilderijen en investeerde het geld in talloze enorme hoeden en extravagante jurken.

 

Ze portretteerde de Amerikaanse maatschappelijke bovenlaag en schilderde slechte vrouwen en sensuele meisjes in wit en roze, en koningen zonder troon. Haar atelier in Rue Méchain, op de linkeroever van Parijs, werd door Mallet- Stevens in art deco-stijl gemeubileerd. Het atelier was het toneel waar ze de rol van haar leven speelde en haar kunst maakte. Elk detail, tot de stoelen met haar initialen aan toe, werd zorgvuldig uitgewerkt. Haar garderobe, haar feestjes en haar sociale leven waren legendarisch. Ze hield net zoveel van de beau monde als van de kunstwereld. Eigenlijk was ze alleen geeïnteresserd in 'de beste' mensen: de rijken, de machtigen, de arrivisten: van de burgerij en arbeidersklasse moest ze niets hebben.

 

Tamara de Lempicka werd in 1898 in Warchau in een aristocratisch milieu geboren als Tamara Gorska, In St. Petersburg trouwde ze in 1916 met Tasdeuz Lempicki, advocaat en man van de wereld. Tijdens de Russische Revolutie vluchtte paar via Finland naar Kopenhagen en kwam uiteindelijk in Parijs terecht. Hier kreeg Tamara haar enig kind, een dochter, Kizette. In de Franse hoofdstad besloot ze zich met kunst te gaan bezighouden. In 1918 kreeg ze les van Maurice Denis en André Lhote. Van Denis, lid van de oorlogse kunstgroep en Nabis waartoe ook Gauguin behoorde, leerde De Lempicka om kleuren en vormen te vereenvoudigen en de contouren van de onderwerpen dik aan te zetten. Ze leerde ook hoe ze kleuren een emailachtige gloed kon geven, wat voor haar werk zo karakteristiek zou worden, Lhote, een mede oprichten van het Neo-Kubisme, demonstreerde hoe decoratie kon samen gaan elementen uit de avant-gardistische experimenten van George Braque of Juan Gris. Het Kubisme onderwierp het menselijk lichaam aan een geometrische demontage, waardoor de anatomie herleid werd tot kubussen, kegels en bollen.

 

Maar de onderwerpen van De Lempicka verschilden van die van andere modieuze art deco-schilders. Zij schilderde vrienden en kennissen, experimenteerde met contrasterende vlakken en heldere, opvallende delen. Ze werd een afstandelijke portrettiste met een nogal neerbuigende blik en ontwikkelde een sensuele decadente stijl met een voorkeur voor felle kleurschakeringen. Enkele werken bereiken het niveau van gevoelige, karikaturale schetsen, die de geest van de tijd perfect vastlegden. Met enorme charmante arrogantie legde de neuroses en veelzeggende gebaren van haar modellen vast op het doek. Haar glamour was, zoals we tegenwoordig zouden zeggen 'cool' en dat waren haar schilderijen ook. “Een schilderij moet duidelijk en zuiver zijn, Ik was de eerste vrouw die duidelijk en zuiver schilderde – dat was de reden van mijn succes”

 

In het gezelschap van rijke en mooie mensen

 

In de jaren twintig werk De Lempicka al snel beroemd. In 1923 organiseerde ze exposities met haar werk in befaamde Salons. In Galerie Colette Weill kreeg de kunstenares haar eerste individuele tentoonstelling. Daarna ontving ze haar eerste belangrijke onderscheiding voor een portret van haar dochter, Kizette on the Balcony uit 1927. Dit was de doorbraak waar De Lempicka zo naar het verlangd. Aan het einde van dat jaar scheidde ze van Tadeusz Lempicki. In 1928 begon ze de Europese en Amerikaanse elite te schilderen. Na het portretteren van landeigenaar en kunstverzamelaar Raoul Kuffner trouwde ze in 1933 met hem; leven en kunst waren voor De Lempicka nauw met elkaar verbonden. Begin jaren dertig bereikte haar roem zijn hoogtepunt en schaften de meeste musea haar werk aan. Met het oog op de groeiende fascistische dreiging haalde ze haar echtgenoot in 1938 over om een aanzienlijk deel van zijn onroerend goed te verkopen. De Lempicka, de grande dame van de Art Deco, verliet Europa in 1939 en vertrok met baron Kuffner naar de VS “De barones met de kwast” werd spoedig de favoriete portrettiste van de sterren in Hollywood.

 

Weg met de lelijkheid

 

De Lempica had een hekel aan existentiële filosofie die in het naoorlogse Frankrijk overheerste. Ze had geen goed woord over voor de naoorlogse schilderkunst, vermeed de 'lelijkheidscultus' die naar haar mening de overhand had. Omdat ze naar nieuwe manieren van expressie zocht, bekeerde zij zich, zij het zonder enthousiasme, tot de abstracte non-figuratieve schilderkunst. Een van haar laatste exposities vond plaats in New York in 1962, het jaar dat haar echtgenoot stierf aan een hartaanval. De Lempicka, de eeuwige nomade, verkocht al haar bezittingen, ontvluchtte New York en reisde drie keer de werled rond. Ze vestigde zich een tijdje in Houston, Texas waar haar dochter Kizette woonde met haar gezin. In 1978 verhuisde ze naar Cuernavaca in Mexico waar ze bevriend raakte met de kosmopolitische jetset, Barones de Lempicka voelde zich aangetrokken tot hun rijke en decadente levensstijl en bevestigden haar eigen voorliefde voor extravagantie. Ze keerde terug naar de schilderstijl die haar veertig jaar eerder beroemd had gemaakt. Tamara de Lempicka stierf in 1980 in Cuernavaca. Als we kijken naar de onderwerpen van haar beste schilderijen, moet haar level wel fantastisch en opwindend zijn geweest.